TAALSTOORNISSEN BIJ JONGEREN

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikke­ling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalge­bruik. Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoor­nissen in de aandacht en de concentratie.

Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke han­dicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.

ONTWIKKELINGSDYSFASIE (OD)

Ontwikkelingsdysfasie is een subgroep binnen de taalontwikkelingsstoornissen en komt voor bij 2 à 3% van de kinderen/jongeren. Bij personen met ontwikkelingsdysfasie zijn de taalproblemen na één jaar therapie nog steeds ernstig. Er moeten daarnaast ook specifieke kenmerken hardnekkig aanwezig zijn.

Kenmerken:

  • zwak auditief kortetermijngeheugen
  • problemen met zinsbegrip en opdrachtenbegrip
  • woordvindingsproblemen (bv meer gebruik maken van omschrijvingen)
  • beperkte productieve woordenschat
  • dysgrammatismen
  • problemen met ‘op commando’ spreken
  • problemen met verhaalopbouw (bv. onsamenhangend vertellen)
  • problemen met figuurlijke/letterlijke taal
  • weinig initiatief nemen tot spreken

secundair

Heb je een vraag? Een opmerking?


© TOL. Website door GESELLE.be | Uw privacy