Taalstoornissen

TAALONTWIKKELINGSSTOORNISSEN

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikke­ling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalge­bruik. Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperactief gedrag en stoor­nissen in de aandacht en de concentratie. Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge van een verstandelijke han­dicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.

 

AUDITIEVE  STOORNISSEN

Bij de auditieve functie is het fonologisch bewustzijn erg belangrijk. Dit is het inzicht in de klankstructuur van een taal. Het is het vermogen om alle klanken binnen woorden te (leren) onderscheiden. Vervolgens wordt er aan elke klank een teken gekoppeld. Foneembewustzijn is één van de bouwstenen van het leesproces. Een stoornis in het fonologisch bewustzijn kan met logopedische therapie worden behandeld (zie ook de rubriek "risicosignalen dyslexie").