Emotionele problemen

In deze leeftijdsfase wordt van het kind meer sociale vaardigheid verwacht. Hij dient zeer veel kennis te verzamelen. Hij dient prestaties te leveren en ondervindt bijgevolg veel mislukkingen.  Deze confrontatie bezorgt het kind heel wat spanningen en gevoelens van angst   faalangst, scheidingsangst omdat het bang is de ouders teleur te stellen Voor ouders is het soms niet evident hoe men met deze spanningen kan omgaan. Deze spanningen bezorgen sommige kinderen slaapsstoornissen en/of depressie

Op die leeftijd begint het kind zich meer bewust te worden van de veranderingen die mogelijks in zijn leven heeft plaats gevonden zoals echtscheiding van ouders, geadopteerd zijn enz. Sommige kinderen hebben dan ook last van aanpassingsstoornis.

ANGSTSTOORNIS

Angst komt bij alle kinderen voor en is een normaal gevoel. Angst overvalt je en is belangrijk om het te beleven. Angst geeft ons aan dat er gevaar dreigt. Het zijn als de waarschuwingslampjes op een dashboard van een auto. Wanneer de waarschuwinglampjes blijven branden dan heb je een ernstig probleem. Wanneer een kind zeer veel angst heeft, de angst gedurende lange tijd blijft bestaan, het kind personen of situaties vermijdt, het kind lijdt onder angst dan spreken we over een angststoornis. Diverse symptomen zoals buikpijn, hoofdpijn, bedplassen, slaapstoornisssen scheidingsangst… kunnen tekenen zijn van de angststoornis.   De meest voorkomende angst in de kleuterleeftijd is faalangst

FAALANGST

Veel kinderen hebben problemen met faalangst. Hoe minder ze hun leerstof kennen hoe meer faalangst ze soms ontwikkelen. We onderscheiden twee vormen van faalangst. De negatieve faalangst zorgt ervoor dat de jongeren niet meer durft studeren en dermate door angst overvallen wordt dat hij niet veel kan studeren. Positieve faalangst zorgt ervoor dat de spanning die de faalangst met zich meebrengt de jongere aanzet om nog meer te studeren. De positieve faalangst heeft dus een positieve invloed op het studeren en kunnen we als een gezonde spanning omschrijven, terwijl jongeren met negatieve faalangst best geholpen worden. Jongeren die te veel positieve faalangst hebben kunnen bezwijken onder stress en worden ook best geholpen.

SCHEIDINSGANGST

Met de overgang naar het lager onderwijs verdwijnt de ongedwongen speelse periode van de kleutertijd. Met het leveren van prestaties, lezen, schrijven en rekenen moet het kind voor het eerst zelfstandige schoolprestaties leveren.  Hij moet kunnen voldoen aan de regels die de leerkracht hem oplegt en presteren wanneer het moet en niet wanneer hij het wilt. Vele kinderen vallen dan terug op hun ouders en voelen zich soms te sterk geforceerd tot zelfstandigheid. Velen ervaren dit dan ook als een vorm van in de steek gelaten worden door hun dichte verzorgers. De angst om in de steek gelaten te worden en scheidingsangst komen bij sommige jongeren dan sterk de kop opsteken.

 FOBIE

Sommige kinderen ontwikkelen een bepaalde fobie. Een fobie is een angst voor een bepaalde situatie of voor een bepaald dier of een bepaald voorwerp. Veel fobieën worden van ouder op kind overgedragen. De moeder is zeer bang van een hond en via modelling zorgt ze er onbewust voor dat haar kind ook een hondenfobie ontwikkelt. Afhankelijk van de ernst van de fobie is een behandeling aangewezen. Sommige kinderen of jongeren kunnen niet meer buiten komen en hun doen en laten wordt zeer sterk bepaald door hun angst.

SLAAPSTOORNISSEN

Voor kinderen is de nacht beangstigend. Het is een tijdsmoment waarbij hij alleen is. Voor het slapen gaan neemt hij met het nodige ritueel afscheid van zijn ouders, ook al vertoeven ze in hetzelfde huis. Het kind gaat over van het wakkere leven naar het leven van de droom waar ouders niet aanwezig zijn. Hij gaat de nacht in, een nacht vol mysterie van monsters, heksen en spoken. Voor sommige kinderen is dit alleen zijn en dit mysterie te beangstigend en ontwikkelen ze slaapstoornissen.

DEPRESSIEVE GEVOELENS

Sommige kinderen of jongeren lijden sterk onder een bepaald gebeurtenis en kunnen hierdoor een depressieve stemming ontwikkelen. Ze zijn prikkelbaarder, ze hebben minder interesse of plezier in bijna alle activiteiten. Ze hebben weinig eetlust, hebben last van slapeloosheid of slapen zeer veel. Ze kunnen zich niet meer concentreren en zijn besluiteloos. Soms kan deze gemoedstoestand dermate erg zijn dat ze denken aan zelfmoord.

In de TOL proberen we het kind of jongeren te leren kennen via een persoonlijkheidsonderzoek . We proberen de oorzaak van deze depressieve gemoedstoestand te vinden om dan een gepaste therapie op te starten.

AANPASSINGSTOORNIS

adoptie / pleegzorg / nieuw samen gesteld gezin

Verschillende hulpverleners in de TOL zijn zeer deskundig in de begeleiding van adoptiekinderen en pleegkinderen. Deze kinderen bevinden zich vanuit hun adoptie/pleegstatus in een specifieke situatie. Sommige van hun symptomen dienen dan ook in dit licht gezien worden. Loyaliteitsconflicten, hechtingsproblemen, aanpassingsproblemen,…zijn problemen die bij die kinderen veel voorkomen.

SOCIALE VAARDIGHEIDSPROBLEEM

Kinderen en jongeren staan dagelijks in contact met hun leeftijdsgenoten.  Kinderen die erg introvert zijn of moeite hebben met sociale vaardigheden lopen het risico moeilijk vrienden te maken, en te houden.  Ze komen minder op voor hun mening, zijn vaak te volgzaam omdat ze zelf weinig initiatief durven nemen.  Het gevaar dat ze een negatief zelfbeeld ontwikkelen, weinig zelfvertrouwen hebben en zich terugtrekken is dan ook reëel.

Anderzijds zijn ook kinderen die grenzeloos gedrag stellen, zich niet kunnen inleven en te weinig rekening houden met anderen hebben problemen met hun sociale vaardigheid.

In beide gevallen zijn deze kinderen en jongeren gebaat met een individuele therapie die zich richt op sociale vaardigheden.  Hierbij wordt steeds vertrokken van de concrete situaties die ze dagelijks zelf meemaken.  Vooraleer deze therapie te starten zal het echter cruciaal zijn om eerst na te gaan hoe het komt dat deze kinderen het zo moeilijk hebben met de sociale omgangsregels.